Reisverhalen

Al vele malen ben ik in Indonesië geweest, ik heb er echter nog nooit een reisverhaal over geschreven. Het is de hoogste tijd dat daar nu verandering in komt.

Wat is mijn binding met Indonesië? Ik ben er geboren, in Semarang op Java. Als ik in Indonesië te pas en te onpas vertel dat ik een witte Javaan ben (saya orang Jawa putih), lachen ze zich kripoet. Verder ben ik wel opgegroeid in Indonesische sferen. Mijn ouders hebben jarenlang in Indonesië gewoond (mijn vader zat bij het KNIL).

Wij zijn uit Indonesië vertrokken toen ik een baby van een jaar oud was. Maar tot mijn middelbare school woonden wij een een straat waar nog meer ex-KNIL militairen en ook een aantal Indische familie’s woonden. Ik ben dus wel enigszins “geïndoctrineerd” met voormalig Nederlands-Indië. In 1983 gingen mijn vrouw en ik voor het eerst naar Indonesië op vakantie. Toen ik het vliegtuig uitstapte, was het net of ik thuis kwam en dat gevoel heb ik nog steeds als ik daar weer aankom.

Het grootste deel van mijn verblijven breng ik door in de regio Yogyakarta. Dit is een hele rustige, maar ook mooie regio. De stad zelf heeft bezienswaardigheden zoals de Kraton, het Waterpaleis en natuurlijk Jalan Malioboro. Aan het eind van Jl. Malioboro vind je Benteng (Fort) Vredeburg en Pasar Beringharjo, een overdekte markt.
Buiten de stad kun je naar de Prambanan tempels, de Borobodur en ook de Merapi vulkaan.

Kortom, genoeg te bezoeken en te zien. Voorlopig een verslag van een reis naar de Kleine Sunda Eilanden. Later meer.

Vlag
Hoofdstad Jakarta
Regering Republiek
Munt Indonesische Rupia
Oppervlakte 1.919.440 km2
Taal Indonesisch (officieel Bahasa
Indonesia en een flink aantal
regionale talen
Religie Moslim 88%, Protestant 5%,
Katholiek 3%, Hindoe 2%,
Boedhist 1%, overig 1% (1998)
Bron: Wikipedia

Op dag zestien worden wij al vroeg opgehaald om naar Panama te vertrekken. Het regent pijpestelen, maar het hotel personeel is attent en komt met overmaatse vuilniszakken aanzetten die we over onze koffer kunnen trekken.

Met een busje rijden we naar de grens met Panama. De grensovergang is een oude spoorbrug over een brede rivier. We moeten eerst naar de grenspost om Costa Rica te kunnen verlaten. Daarna lopen we in de stromende regen de brug over en aan de andere kant in Panama weer formulieren invullen om daar binnen te kunnen komen. We worden overgedragen aan een andere chauffeur die ons naar de boot zal brengen welke naar Bocas del Torro vaart.

Als we aankomen worden we opgewacht door Shanna, de reisagent voor Panama, een grote blonde vrouw. Zij heeft een Nederlandse moeder, een Israelische vader en is opgegroeid in Zuid-Amerika waar haar vader op de ambassade werkte. Met haar genieten we van een heerlijke lunch en een goed glas wijn terwijl ze ons alles over de omgeving verteld.

Om bij ons hotel te komen, worden we overgezet met taxibootje naar een eilandje. Het hotel Tierra Verde staat aan het strand en wordt gerund door twee Panamese broers. Het is een kleinschalig hotelletje met slechts zeven kamers maar comfortabel. De broers hebben twee mooie huizen naast het hotel. Even verderop langs het water staat op palen een restaurant in het water. Volgens Shanna een aanrader. We eten daar vaak de komende dagen en ze hebben daar o.a. heerlijke verse vis en kreeft.

De volgende dag houden we een echte luierdag. De afgelopen weken zijn we iedere ochtend vroeg opgestaan maar vandaag mogen we uitslapen. Om 9 uur zitten we aan het ontbijt en hebben een leuk gesprek met één van de beide broers Koko. Hij verteld van alles over de omgeving en ook over Panama.
Panama is heel aantrekkelijk voor pensionado’s. Er wonen veel Amerikaanse pensionado’s. Het land is op zich al goedkoop, maar pensionado’s krijgen op alles 25 à 50 procent korting, o.a. op huur, energie, hotels, vliegtickets, restaurants en noem maar op. Overal korting. Maar, vertelt Koko: Als hij gebeld wordt of er nog kamers vrij zijn en hij weet dat het een pensionado is die om korting vraagt, dan zegt hij dat ze vol zitten. De regering heeft de kortingen ingesteld, maar de bedrijven moeten die kortingen uit eigen zak betalen. Dus proberen ze daar zoveel mogelijk onderuit te komen.

Het regent hier in Panama wel veel en hard. Maar ons geluk is dat het meestal ‘s-nachts regent en als het overdag regent is dat vaak voor een aantal uren en de rest van de dag is zonnig.
Vandaag (zondag) gaan Coos en Yvonne naar Bocas om zich daar te vermaken. Als je op de steiger bij het hotel gaat staan, hoef je maar met je armen te zwaaien om een taxi bootje aan te houden. Voor een dollar wordt je naar de overkant vervoerd. Per dag varen er tientallen bootjes voorbij, je hoeft nooit lang te wachten.

Als ze aan de overkant de weg oplopen horen ze gospel muziek waar ze op afgaan. Het is een soort kerkdienst waar alleen gezongen wordt. De dames worden uitgenodigd binnen te komen en krijgen een hand.
Tijdens de lunch komen ze weer Shanna tegen, onze Panamese reisagent. Ze heeft twee nieuwe gasten bij zich die we later in ons hotel ontmoeten. Eén van de twee gasten, een dame, vraagt ons een paar dagen later of wij een doos met cadeau’s voor haar mee willen nemen naar San José. We hadden eerst toegezegd de doos mee te nemen, maar na er over nagedacht te hebben besluiten dat niet te doen. In ons achterhoofd hebben we de vele verhalen van ‘onschuldige’ vakantiegangers die een pakketje voor iemand mee moesten nemen waar achteraf een lading drugs in blijkt te zitten. En gezien het feit dat Panama wel een drugsland is, dachten we dat we dat maar niet moesten doen.
Onze hotelier Koko vertelde ook dat Panama geen kustwacht of marine heeft, maar wel veel onbewaakte kust. Hier worden heel veel drugs het land binnen gebracht.

Deze laatste week is voor ons erg rustig. Er wordt veel geluierd. Ook maken we nog een dagexcursie per boot. We gaan naar Dolphins Island waar we verschillende dolfijnen zien. De tocht naar Dolphins Island maken we per boot en we zien onderweg een prachtige natuur. We lunchen op een mooi strand. Het strand grenst aan een natuurpark waar een bepaalde soort rode kikkertjes te vinden is. Lokale kinderen lopen veel rond met een kikkertje in een blad. De toerist kan tegen betaling het kikkertje fotograferen. Ik besluit de kikkers zelf te zoeken aan de rand van het oerwoud om ze in hun natuurlijke omgeving te fotograferen.

De voorlaatste dag worden we weer teruggebracht naar het vaste land om vandaar weer terug te keren naar San José. Daar verblijven we nog een nacht en vliegen dan terug naar Amsterdam. Einde van een fantastische vakantie.

Route eerste deel rondreis

Dag één.

Wij vertrokken op een donderdag in november 2009 vanaf Schiphol dat onder een stromende regen lag. Er werd gevlogen met Continental Airlines, de service was goed, ik had zelfs een “lange-benen stoel”, iets wat me in al die jaren nog nooit gelukt was. Toen we in het vliegtuig zaten, begreep ik ook waarom: het vliegtuig zat maar half vol en we hadden de plaatsen voor het uitkiezen.

We vlogen op de heenweg via Houston International Airport. De beveiliging was streng: vingerafdrukken en foto achterlaten en we mochten door. Na een uur of vier vlogen we door naar San José, Costa Rica. Toen we daar aankwamen regende het ook, dat beloofde niet veel goeds.

In San Jose werden we opgewacht door Monica, onze tourleidster voor deze reis en door onze buschauffeur. Monica komt oorspronkelijk van Curacao, heeft gestudeerd in Nederland en woont al 12 jaar in Costa Rica. We maakten kennis met de rest van ons reisgezelschap, 17 personen, gelukkig een niet te grote groep. Aangekomen in het hotel kregen we onze kamer toegewezen en de meesten vertrokken al snel naar hun kamer, vermoeid van de lange reis.

Dag twee, San José – La Fortuna

‘s-Morgens waren we alweer vroeg wakker, konden niet slapen (gevolg van het tijdsverschil). We zaten om 06.30 uur alweer aan het ontbijt en vertrokken met onze eigen bus richting La Fortuna. We rijden door een prachtig groen landschap. Onderweg passeren we koffie-plantages, papaya-plantages en velden met casave. Ook zien we veel grote zwarte gieren.

Na onderweg een heerlijke lunch te hebben genoten, komen we in de middag aan in ons hotel Lomas del Volcan. Het ligt aan de voet van de vulkaan Arenal met een weelderige tuin en ieder stel heeft zijn eigen bungalow.
Als we onze koffers hebben weggebracht gaan we in de namiddag naar de heetwaterbronnen Baldi. Deze bronnen worden gevoed door de Arenal vulkaan. Er bevinden zich daar meer dan 30 warme en koude baden en ze hebben allemaal een andere temperatuur. Na de vermoeiende vlieg- en busreis konden we hier heerlijk relaxen. Toen we genoeg hadden van het water, stond er voor ons een heerlijk buffet klaar.

Dag drie, La Fortuna

We waren alweer vroeg op, nog steeds last van het tijdsverschil. Het was helder weer en onze bungalow had zicht op de vulkaan. De Arenal is een nog steeds werkende vulkaan. Ik vroeg mij af of we buiten de lavastroom zouden zitten mocht het plots tot een uitbarsting komen.

Vandaag staat op het programma een boottocht over de rivier de Rio Frio, die gedeeltelijk de grens vormt met Nicaragua. De bustocht daar naar toe duurt ongeveer anderhalf uur. Onderweg zien we een open vrachtwagen vol met mannen die door de politie is staande gehouden. Monica (onze gids) vertelt dat het Nica’s zijn die hier illegaal willen werken en nu teruggestuurd worden.
Ook maken we een stop bij de ‘leguanen-brug’ waar talrijke leguanen in de bomen zitten en die je van vrij dichtbij goed kunt fotograferen.

De boot vertrekt vanuit het plaatsje Los Chiles en we maken een prachtige boottocht over de rivier en zien heel veel dieren, zoals leguanen, ibis, aalscholvers, diverse soorten reigers, brulapen, kaaimannen en luiaards. We genoten van een overweldigend mooie natuur en ‘s-middags van een simpele lunch op de boot, rijst met bonen (het nationale gerecht) met toebehoren.

Dag vier, La Fortuna – Rincón de la Vieja

We rijden door de provincie Guanacaste naar Rincón de la Vieja waar we twee nachten zullen verblijven op een echte hacienda, een groot landgoed met 300 paarden.Onderweg maken we een wandeling van bijna 2 uur door een tropisch park met 14 bruggen, waarvan enkele hangbruggen. Het was een prachtige wandeling. Tijdens de wandeling kwamen we nog apen tegen. Ik had ze niet gezien en toen ik er onder door liep werd ik prompt op mijn hoed gescheten. Eigen schuld, dikke bult. Moet je maar niet in hun persoonlijke ruimte komen . . .

Als we verder rijden met de bus, stoppen we onderweg langs de kant om daar neusbeertjes te bewonderen. Ze waren helemaal niet schuw. Vóór ons was een auto met Costa Ricanen gestopt die de diertjes aan het voeren waren uit een grote zak chips. Wat een verstand, bah! Monica vertelde dat in het wild levende dieren die gevoederd worden door mensen, een aanzienlijk korter leven genieten dan hun soortgenoten die niet gevoederd worden.
In de namiddag weer terug naar de hacienda waar we het diner gebruiken. Na het diner maken we een excursie door het reptielen verblijf op de hacienda. De verzorger van de dieren was een enthousiast verteller. Omdat ik geen gelegenheid had gehad om mijn camera mee te nemen, kwam hij mij de volgende dag halen om nogmaals een uitgebreide privé tour door het reptielen verblijf te maken. Indrukwekkend was zijn verhaal over de dieren en zijn uitleg.

Dag vijf, Rincón de la Vieja

De Buena Vista Lodge waar wij logeren is een hacienda waar vee gefokt wordt, maar die een deel van zijn aktiviteiten heeft verlegd naar eco-tourisme. De hacienda ligt ongeveer 30 km van de plaats Liberia en is ongeveer 800 hectare groot. Een gedeelte van 240 hectare wordt gebruikt voor het vee en de rest is oerwoud.

Vandaag maken we een excursie naar een spa waar we kunnen genieten van modderbaden en bronnen. Wij gaan daar te paard naar toe, de rest van ons gezelschap gaat lopen. We worden begeleid door een echte cowboy. Hij spreekt echter maar summier Engels zodat we in stilte genieten van de natuur. Onderweg stoppen we nog om naar een waterval te lopen.
De spa ligt in het tropische woud en heeft een stoombad, hete modder om je helemaal mee in te smeren en ook baden in verschillende temperaturen.
Na de lunch keren we weer te paard terug naar de hacienda. Er lopen een stuk of tien paarden los met ons mee terug naar de hacienda. Ze blijven keurig bij ons lopen.

Dag zes, Rincón de la Vieja – Nationale park Palo Verde

‘s-Morgens hebben we op de hacienda nog een canopy tour. Dat is wel spectaculair. Je wordt in een harnas gesnoerd en dan ga je van boom naar boom aan een dikke kabel. Remmen doe je met een dikke handschoen op de kabel. Onderweg hadden we ook nog een loopbruggetje en de boom waar we naar toe moesten zat vol met brulapen. Ik was nog niet aan de beurt om verder te ‘kabelen’ en dacht bij mezelf: ik wacht wel even. En ja hoor, één van de begeleiders die onze groep van kabel naar kabel hielp, werd bevuild door de brulapen. Maar het was zijn eigen schuld, even tevoren had hij met een metalen schakel veel lawaai op de metalen brug gemaakt om de brulapen tot brullen uit te dagen.

Rond elf uur ‘s-morgens vertrokken we weer met de bus naar onze volgende bestemming aan de golf van Nicoya. We logeren in een schitterende haciënda aan de kust. Onze lodges hebben uitzicht op zee. ‘s-Avonds zitten we op de veranda een rum-cola te drinken.

Dag zeven, Nationale park Palo Verde

Omdat onze lodges geen glas in de ramen hebben, maar slechts heel fijn gaas, worden we in de ochtend al zeer vroeg gewekt door allerlei dierengeluiden, o.a. brulapen en veel verschillende vogels. Het is heerlijk om zo wakker te worden en naar de geluiden te liggen luisteren.

Later in de ochtend maken we een lange boottocht over de rivier de Bebedero. Ook varen we door mangrovebossen. We zien hier heel veel vogels: ibis, fregatvogels, pelikanen, visarend en nog meer.
Daarna hebben we een aantal uren om te relaxen aan het zwembad en te lunchen. Er wordt een heerlijke lunch voor ons klaargemaakt.

In de middag maken we een tocht in de aanhanger van een tractor over het landgoed. We rijden door een spectaculair landschap. Ook rijden we langs zoutwinningsvelden. In het droge seizoen laat men deze velden vollopen met zeewater. Na een week is het verdampt en kan het zout gewonnen worden. Dit zout is niet voor menselijke consumptie maar wordt gebruikt door de boeren voor het vee. Het is een schitterend landgoed en op het hoogste punt hebben we een prachtig uitzicht.
‘s-Avonds na het diner neems Monica ons mee naar het grasveld om naar vogelspinnen te zoeken. Die zitten in kleine gaten in de grond en als je mazzel hebt, vind je er een. Ik heb er al gauw genoeg van en ga op een afstandje zitten kijken. Op een gegeven moment komt er toch iemand aanlopen met een vogelspin.

Dag acht, Palo Verde – Manuel Antonio

Om zeven uur ontbijten we en om acht uur zitten we in de bus op weg naar het nationale park Manuel Antonio. Onderweg stoppen we bij een brug om een koffiestop te maken. Op de oevers van de rivier waar de brug overheen gaat, kunnen we een flink aantal krokodillen zien. Er liggen een aantal gigantische exemplaren bij.
Even na de middag arriveren we in ons gezellige hotel, waar we twee onder één kap bungalows betrekken. Alle bungalows bevinden zich in een prachtige tropische tuin. Het hotel bevind zich halverwege het dorpje Quepos en het nationaal park Manuel Antonio. We kunnen beide kanten op met de bus die op regelmatige tijden vervoer biedt.
Als we onze koffers hebben weggebracht, pakken we onze spullen en gaan naar het strand in Manuel Antonio. Er is daar een gezellig strand met ligbedden en parasols. Tegen het einde van de middag krijgen we een tropische regenbui en begint het behoorlijk te onweren. Het onweer komt akelig dichtbij en we horen enkele gigantische klappen. Gelukkig zijn we naar een restaurant verkast en kijken we dat allemaal eens aan onder het genot van een drankje. Later besluiten we daar ook maar te eten omdat het nog steeds regent.

Dag negen en tien, Manuel Antonio

Vandaag staat er een boottocht op het programma met snorkelen en lunch. We varen op een trimaran, ook met de bedoeling om dolfijnen te zien. Helaas heeft dat niet mogen gebeuren. Ook begint het weer te regenen en proberen we een beetje droog te blijven onder een zeil of een paraplu. Gelukkig is het niet koud en de verzorging is goed. Dat het niet zo zonnig was, vind ik nooit zo erg. Achteraf is iedereen toch enigszins gekleurd.

Als we met de bus weer op de terugweg zijn, stappen wij uit in Quepos om dat eens te verkennen. Yvonne en ik herkennen nog de restaurantjes van acht jaar geleden, wel leuk. Als ik in de supermarkt aan de kassa sta om onze inkopen af te rekenen, begint opeens alles te trillen en te rammelen. Ik kijk naar buiten omdat ik denk dat er een grote vrachtwaren voorbij dendert. Maar nee, we beleven een echte aardbeving. Ook zie ik een paar reclameborden flink heen en weer bewegen. Iedereen om mij heen houdt zich doodstil en vraagt zich af wat er gebeurt.
Later horen wij dat de aardbeving een kracht van 5,3 had en dat het epicentrum zich ongeveer 20 km van Quepos bevond. Ik vond het een vreemde gewaarwording. Het duurt even voordat je je realiseert wat er aan de hand is.

De volgende dag moeten we al vroeg opstaan. We ontbijten in Manuel Antonio met lekkernijen uit een klein bakkerswinkeltje. Daarna gaan we met een gids die Monica voor ons heeft geregeld een wandeltocht door het natuurpark doen. Het is verbazingwekkend wat deze gids allemaal ziet in de natuur. Natuurlijk heeft hij getrainde ogen, maar wij zouden er zo voorbij lopen. We zien luiaards, dooskop aapjes, slangen (een regenboog boa), vleermuizen, kikkers en ook een zeer giftige adder. De wandeling met uitleg van onze gids is echt schitterend.
Als de wandeling voorbij is, gaan we naar het strand waar we de rest van de dag doorbrengen. De namiddag brengen we weer door in het restaurant, we zitten lekker te lezen onder het genot van een drankje.

Route tweede deel rondreis

Dag elf, Manuel Antonio – San José

We mogen uitslapen. Onze bus vertrekt om 09.00 uur naar San José, een rit van ongeveer vier uur. Het is een prachtige rit door bergachtig gebied. Op sommige steile hellingen moet de airco van de bus uitgezet worden omdat hij al zijn vermogen nodig heeft om heuvelop te komen.
In San José gaan we ‘s-middags met de hele groep de stad in waarna we uitzwermen om op eigen gelegenheid verder te gaan. Voor het restaurant waar wij zitten te eten, wordt een bedelaar hardhandig door de uitsmijter van het restaurant verwijderd. Hij krijgt ruzie met een paar voorbijgangers die deze manier van doen geen stijl vinden. Als wij even later het restaurant verlaten, maak ik ook nog een opmerking tegen hem. Het schijnt hem niet te boeien.

Dag twaalf en dertien, San José – Tortuguero

We vertrekken ‘s-morgens alweer heel vroeg met de bus naar Tortuguero. We zullen later ontbijten bij een wegrestaurant. Onderweg stoppen we bij een Del Monte bananenplantage. We kwamen er achter dat het groeien van bananen gepaard gaat met een behoorlijke milieu verontreiniging. De bananen groeien in plastic zakken die van binnen behandeld waren met pesticiden. En veel van die blauwe zakken kwamen ook weer als zwerfvuil in het milieu terecht.
Het zien van deze bananenplantage deed me denken aan mijn vaartijd. Ik heb een reis mogen varen op een ‘bananen jager’ genaamd s/s Talamanca. Dit schip vervoerde bananen voor Chiquita.

Na het bezoek aan de bananenplantage rijden we met de bus verder naar het punt vanwaar we verder met de boot vervoerd zullen worden. Wij delen de boot met een groep Duitsers en de bagage gaat in een aparte ‘vrachtboot’. We varen ongeveer anderhalf uur voordat we bij de Turtle Beach Lodge aankomen. Ons logies ligt aan zee en we slapen weer in leuke huisjes in een mooie tropische tuin.

In het hoogseizoen leggen zeeschildpadden hier hun eieren in kuilen die ze op het strand graven. Helaas zijn wij hier buiten het legseizoen. Als we aankomen ligt er een kleine kaaiman van zo’n anderhalve meter in het water. Hij ligt zo doodstil dat iedereen denkt dat hij van plastic is, totdat hij na een tijdje beweegt. Het blijkt het de huis kaaiman Charlie te zijn die door het personeel wordt gevoerd. Een behoorlijk dikke Amerikaan valt later in het water en kan er niet meer uitkomen. Hangend aan een boot roept hij om hulp en wordt door Dirk uit ons gezelschap uit het water gehaald. De Amerikaan blijkt niet te kunnen zwemmen. In denk dat hij hem behoorlijk heeft zitten knijpen dat Charlie hem in zijn kont zou bijten . . .

De volgende ochtend vroeg ontbijt en om half negen weer in de boot om een lange boottocht te maken. We gaan dieren spotten. Met

behulp van de getrainde ogen van gids Monica en de bootbestuurder zien wij schildpadden, slingerapen, brulapen, capucijnerapen, kaaimannen en veel verschillende vogels.

Dit watergebied is ontzettend groot. Als je hier woont en naar het ziekenhuis moet, moet je eerst anderhalf uur varen en dan nog een uur in de auto. Het is maar te hopen dat je hier geen acute hulp nodig hebt.

 Dag veertien en vijftien, Tortuguero – Cahuita

Vandaag vertrekken we al weer naar Cahuita. We worden eerst met de boot vervoerd naar de havenplaats Puerto Limon. Tijdens mijn zeereizen op de bananenboot s/s Talamanca gingen wij hier regelmatig Chiquita bananen laden voor vervoer naar de Verenigde Staten.
Het is ongeveer vier uur varen naar Limon en aan het begin van de ochtend regent het. Als het droog is, kunnen de flappen omhoog en kunnen wij genieten van de schitterende natuur. Als we bijzondere vogels zien, stopt de boot of gaat heel langzaam varen. We zien krokodillen, steltlopers, roze lepelaar, slangenek reiger, blauwe reiger, toekans en schildpadden.

Als we in Cahuita aankomen, worden we ondergebracht in comfortabele kamers. In de namiddag lopen we naar het ‘centrum’ van Cahuita. Dit is een heel ander Costa Rica dan we tot nu toe hebben gezien. Het is een klein dorpje. Je ziet veel mensen met een zeer donkere huidskleur en het gebruik van drugs wordt hier gedoogd. We zitten gezellig in een open bar een biertje te drinken en mensen te kijken.

De volgende dag gaan we op excursie naar de Bribri indianen. Deze indianen wonen in een reservaat dat nog uit 40.000 bewoners bestaat. Volgens onze indiaanse gids, een vriending van Monica, is de grootte van het reservaat vijftien dagen lopen. Door de opkomst van de bananenplantages zijn ze van hun grondgebied verdreven.
Met de gids wandelen we door de tuin (het bos) en zij laat ons veel planten ruiken of proeven en vertelt waar het voor wordt gebruikt. Ze demonstreert hoe ze binnen een paar minuten touw maakt van een groot blad. Op een plank schraapt ze met een mes het groene oppervlak van het blad af. Daaronder zie je de vezels en die draait ze op haar been in elkaar tot een stuk touw.
Onvoorstelbaar, bijna iedere plant wordt wel ergens voor gebruikt. Deze mensen zijn één met de natuur, gebruiken wat ze nodig hebben en laten de rest ongemoeid.

Daarna moeten we ons respect tonen aan de dorpsoudste en toestemming vragen om het dorp te mogen bezoeken. De man is 109 jaar oud en heeft zelfs nog een paar tanden. Speciaal voor de groep pakt hij een trommel en begint te spelen en te zingen. Het huis is een grote open ruimte zonder wanden, alleen een groot overhangend dak op palen, gemaakt van palmbladeren.
Een hoek is afgescheiden en dat is de keuken. Het fornuis is een metalen plaat met zand erop, daar brandt een houtvuur en er hangt een waterketel boven. Ook staat er een pan op het vuur met iets dat op linzen lijkt en een vleesprutje in water.

‘s-Avonds hebben we met de hele groep een BBQ, het is tevens ons afscheid van de groep. Morgen gaat de groep terug naar San José en vliegt vandaar naar huis. Wij gaan nog verder naar Panama, naar het eiland Bocas del Torro om daar van een strandvakantie te genieten.

De gevolgde route van de rondreis.

In november 2009 maakten Coos, Yvonne en Michael een reis naar Costa Rica en Panama. Met een reisorganisatie maken we een rondreis door Costa Rica en eindigen met enkele dagen rust op het eiland Bocas del Toro in Panama. De rondreis gaat zowel naar de westkust aan de Stille Oceaan als naar de oostkust aan de Caraibische Zee.

Wij maakten een reis die ons achtereenvolgens voerde van San José naar La Fortuna met de Arenal vulkaan, Rincón de la Vieja, het Palo Verde gebied, het bekende natuurgebied Manuel Antonio en daarna weer terug naar San José.
Het tweede gedeelte van de reis voerde ons naar het spectaculaire natuurreservaat Tortugero, daarna naar Cahuita. In Cahuita eindigde het reizen met de groep en gingen wij individueel nog door naar Bocas del Toro in Panama om nog wat te rusten van de vermoeienissen van de reis.

Onze reis bestaat uit drie delen, deel één vanuit San José reizen we naar La Fortuna, Rincón de la Vieja, nationale park Palo Verde, nationale park Manuel Antonio en dan weer terug naar San José.
Deel twee vanuit San José naar Tortuguero, Cahuita. In Cahuita nemen we afscheid van de groep en gaan wij verder met deel drie, een strandvakantie op het eiland Bocas del Torro. Daarna vliegen we weer naar huis vanaf San José.

Op de volgende pagina’s leest u over de rondreis door Costa Rica en ons verblijf in Panama.

Ruim drie jaar geleden ging ik voor het eerst naar China. Met de AOW nakend had ik een nieuwe uitdaging nodig. De hele dag lezen is wel leuk en zo af en toe geef ik daaraan toe, maar met nog vijftien jaar voor de boeg – bij leven en welzijn – is dat wat teveel van het goede. Fotografie? Met de computer en de steeds grotere mogelijkheden om de donkere kamer van weleer te verplaatsen naar de computer is dat wel aanlokkelijk, maar ook dat betekent (hele dagen) binnen zitten.

Reizen, ja zeer aantrekkelijk. Waar naar toe? Indonesië? Nee, die willen (enkele jaren geleden nog) geen expats die weigeren met geld te smijten. Die willen expats, die zich laten opsluiten in een ommuurde en bewaakte wijk met andere expats. Ik heb dat jaren geleden ook al meegemaakt. Hoeft niet meer.

Latijns-Amerika? Ja, staat ook op m’n lijstje, maar Zuid-Oost Azië heeft meer aantrekkingskracht voor me. China? Ja, China, oude cultuur, Confucius, acupunctuur, en natuurlijk Chinees eten. Tja, de taal leren, moet kunnen, in een jaartje, anderhalf jaar misschien. Als je in vijf maanden Indonesisch kan leren . . . . 

Eenmaal in China valt dat wat tegen. Niet te verstaan en wat erger is, elke westerling voelt zich ook nog eens een analfabeet. Behalve de taal is er nog het communisme, de andere cultuur, andere mores.

Al de eerste keer viel ik van m’n geloof. En van een aantal vooroordelen. China armoedig? Het is stinkend rijk, zag ik drie jaar geleden al. Maar net als in Indonesië is de rijkdom slecht verdeeld, enkele ontzettend rijke mensen en veel te veel mensen, die het met een karig loontje moeten doen. Maar rijden kunnen de Chinezen niet, komt doordat het rijbewijs te koop is zonder ook maar een enkele les te nemen. Er is wel een echt verkeersreglement, maar niemand houdt zich daaraan. Ook de politie niet.

Dat Chinezen hard kunnen werken weten de Nederlanders al 150 jaar. Wij importeerden Chinezen om spoorwegen in Indonesië aan te leggen. Gaandeweg ontdekten we ook dat Chinezen goede handelaars zijn. Van hun karige loontje aan de spoorweg konden ze nog sparen tot ze voor (is een voorbeeld) tien rupia een kilo rijst kochten en verkochten die voor twaalf rupia. Laten we eens proberen of ze goed zijn om de belastingen bij de Indonesiërs te innen, dachten de Nederlanders En jawel, de Chinezen waren zo goed, dat ze nu de economie in Indonesië beheersen. Chinezenhaat in Indonesië, met dank aan de Nederlanders.

Terug naar de Chinezen in China. Van het communisme is weinig te merken, van de politie ook niet en ik heb niet het idee, dat ik ooit door een ‘stille’ ben gevolgd, maar ik kan me vergissen natuurlijk. Er zijn wel boeven. Ooit zat ik om twee uur in de nacht in de taxi naar huis, toen ik een knal naast me hoorde. Ik had al een rennende man voor ons uit zien lopen. Naast de taxi rende een tweede met een pistool in de hand. Knalde tegen de taxi aan, had zeker een waas voor de ogen, struikelde en liep door. Nee, ik was niet zat.

Soms vraag ik me wel eens af wie de barbaren in China zijn. De verhalen, die u kunt lezen zijn geschreven vanuit een persoonlijke visie. Eeeehhh . . . ik ben verziend, niet bijziend.

Lex 

Reizen en vooral foto’s.

Op deze pagina’s zult u foto’s en reisverslagen vinden, die gemaakt zijn tijdens reizen over de wereld door de familie Meeuwesen. Hoort u ook bij deze familie? Dan zien we straks ook uw verhalen en foto’s, toch?

Mijn (Michael’s) persoonlijke voorkeur voor reizen gaat uit naar Indonesië, mijn geboorteland. Maar andere landen uit het Verre Oosten en de rest van de wereld mijdt ik ook niet. Een aantal landen heb ik al bezocht: Indonesië, Maleisië, Vietnam, Thailand, Costa Rica, Brazilië.

Ik ben begonnen met fotograferen tijdens mijn vaartijd. Mijn eerste camera kocht ik in 1974 in Christobal (Panama kanaal zone), een belastingvrije haven. Het werd een Canon FTb, ik heb hem nog steeds en hij doet het ook nog. Sindsdien ben ik altijd bij dat merk gebleven, totdat ik mijn eerste digitale camera kocht, een Olympus C2500L. Vanaf dag één heb ik hier spijt van gehad. Maar ja, je neemt allemaal wel eens een slechte beslissing.
Daarna weer gauw terug naar Canon, een Canon 10D. Vergelegen met de Olympus is dat hemel op aarde. En nu heb ik weer een nieuwe gekocht, een Canon 50D, een pracht apparaat. Intussen heb ik er ook een Samsung NX210 bijgekocht, lekker licht en onopvallend. Toch kun je hier uitstekende foto’s mee maken.

Ooit, heel lang geleden kreeg ik (Lex) van mijn vader (of was het toch Sinterklaas?) een Gevabox. Heeft u ooit wel eens gehoord van het fotomerk Gevaert? Wat? Bent u al zo oud? Zo lang is het dus geleden. Mijn eerste foto maakte ik van de maan. Beneden in de huiskamer was niet genoeg licht, zei mijn vader. Maar ik moest en ik zou een foto maken. Later, na bedtijd, was het licht in de slaapkamer. De maan. Ik mocht niet bewegen, was me op het hart gedrukt, dus ik zette de Gevabox op de vensterbank. Toen kreeg ik een half beeld omdat ruiten toen ook al in een raamwerk gevat waren. Raam open zetten? Nou nee, stervenskoud, want toen hadden we elke winter winter en vaak al voordat sinterklaas voet aan neder-land zette.
Mijn tweede camera kocht ik in het toenmalige Nederlands Nieuw Guinea. Een Topcon. Ook al een merk, dat we nu met een lantaarntje moeten zoeken. Versleten in 1974. Te veel foto’s van mijn kinderen gemaakt, denk ik. Geen geld, dus me gewaagd aan de Praktica. Na een jaar deed het flitscontact het niet meer, de sluiter moest je zachtjes flemend toespreken en toen ik de film niet meer doorgespoeld kreeg voor de volgende foto, was de maat vol.
Een paar maanden liep ik alle fotografen af om folders en prijzen. De stapel was zeker tien centimeter dik. Uiteindelijk bleven Canon, Olympus, Asahi-Pentax en Nikon over. En uiteindelijk alleen Nikon. De F2A was een rib uit mijn lijf, met de lenzen mee, drie ribben. Om een lang verhaal kort te maken, na dertig jaar trouwe dienst en een paar foto’s om verliefd op te worden, moest ik van mijn kleine broertje (ja, Michael, die van hierboven) aan de digitale fototiet. Ik wilde niet.
De eerste werd een Coolpix 8800, ja ook Nikon, vraag me onder vier ogen waarom, want hier censureert Michael het er toch uit. Maar na een jaar dacht ik, wat een traag rot ding. Perfecte mooie, scherpe, contrastrijke foto’s, maar traag … traag …. whhhoeeeaahh … terug naar de gewone filmpjes, de F50, en daarna toch maar weer digitaal. De Nikon D200. Mooie foto’s zoals je van goede lenzen kunt verwachten. Maar soms ik heb nog ruzie met mijn camera. Ik kan er niet tegen om geleefd te worden, zelfs niet door een camera.

Wij willen u een goede raad geven: bekijk het maar (de website natuurlijk . . . ).