Indonesië

Dinsdag t/m woensdag een week later.
Na onze rondreis op Flores & Komodo vertrekken wij vroeg in de ochtend naar het vliegveld om naar Lombok te reizen. We hebben een bungalow gehuurd in Sengigi, Villa Stella Garden bungalow. Aan het begin van de middag komen we aan in de bungalow waar het personeel Herman en Isaac ons al opwachten en uitleg geven over het gebruik van de bungalow. Het huis ziet er fantastisch uit, groot, ruime kamers, grote huiskamer en een giga veranda met buitenkeuken. Plus nog een zwembad en flinke tuin. Herman en Isaac komen iedere ochtend rond 10 uur om het interieur te verzorgen. De vuile was kunnen we ook meegeven, kosten Rp 6000 (€0,40) per kg. Daar ga je zelf toch niet voor staan te wassen, hehe. En, indien gewenst, kan het ontbijt ook nog verzorgd worden.

We lopen richting strand (3 min. lopen) en ontdekken resto Alberto met ligbedden en een heerlijke tonijn sandwich. Daarna gaan we richting het dorp, nemen een heerlijke massage en belanden uiteindelijk op het strand van Senggigi Beach hotel voor een biertje. Een hotel met een prachtige tropische tuin. We blijven bij dit hotel plakken voor Happy Hour & Sunset. Er speelt een live band en de temperatuur is heerlijk. Het leven is goed.

Naast luie dagen aan het strand en aan het zwembad, hebben we ook enkele dagtochten gemaakt.
We boekten een dagtocht naar de Gili eilanden. We worden ‘s-morgens opgehaald en gaan met het bootje eerst naar Gili Trawangan, het grootste eiland. Op deze eilanden is geen auto- of motorverkeer, wel rijden er fietsen en veel paardekarretjes. Er zijn veel winkeltjes en restaurantjes. De eilanden worden veel bezocht door backpackers en zijn ideaal voor snorkelen, duiken en kite surfen. We zien veel jonge mensen uit Australië.
Na een uur gaan we met het bootje weer verder naar Gili Meno om te snorkelen. Het koraal is hier ernstig beschadig, heel jammer. Na het snorkelen gaan we ook nog naar Gili Air, ook hier blijven we een paar uurtjes. Ik heb daar ook nog een geocache gezocht en gevonden.
Om 3 uur gingen we terug met het bootje, de zee was best ruw, de boot moest er hard voor werken. Tegen 5 uur weer bij Senggigi Beach voor een biertje.

Op maandag hadden we wederom een dagtocht geboekt. Eerst bezochten we het waterpaleis van de koning Taman Narmada. Dit paleis is gebouwd in opdracht van de toenmalige koning van Bali, die het gebruikte als zijn zomerpaleis. Daarna brengen we een bezoek aan de drie watervallen op het midden van Lombok.
De doorgaande wegen zijn hier erg druk. Aangekomen bij de watervallen krijgen we een lokale gids mee. Het is een beste klim door de jungle, maar we zien koffie, cocao, katoen en jackfruit. De watervallen zijn schitterend.
Onze chauffeur/gids vraagt of we traditioneel stickfighting willen zien. Het is een jaarlijkse competitie hier op Lombok. Maar eerst gaan we in dat dorp, waar al zijn familie woont, naar zijn zus. We worden hartelijk ontvangen en krijgen koffie en pisang goreng. Even later komt er een complete maaltijd. Terwijl wij eten, maakt de zus (onze gastvrouw) voor ieder van ons een van bamboe gevlochten ring. Ze kijkt naar je vinger voor de maat en als de ring klaar is, past hij precies. De gastvrijheid van de mensen is ongekend: Komen er 4 mensen je erf op terwijl je staat te strijken. Binnen een half uur zit iedereen te eten.
Daarna gaan we in het dorp naar de stickfights. Er zijn bamboe tribunes gebouwd en er komen honderden mensen op af, van jong tot oud. De deelnemers hebben een rotan stok en een schild. Het gaat er heel heftig aan toe, maar niet gemeen. Iedereen komt ongeschonden uit de strijd. De happening wordt begeleid door een omroeper en een orkestje. We amuseren ons kostelijk. Aan het eind van de middag is het afgelopen en gaan we terug naar Senggigi.

Aan het eind van deze week Lombok vertrekken we via Den Pasar weer terug naar Amsterdam. Einde van een fantastische vakantie.

Zaterdag.
Vandaag begint onze 3-daagse boottrip naar de Komodo eilanden. In de ochtend vertrekken we uit de haven van Labuan Bajo, we varen ongeveer een half uur naar een klein eilandje om te snorkelen en te relaxen. Op onze boot, de ‘Bintang Laut’ is plaats voor 14 passagiers, wij zijn met drie en onze gids. Aan boord zijn 6(!) bemanningsleden. We hebben flink de ruimte.
Terug aan boord genieten we van de lunch, rijst, mie, sajor, inktvis, kip en banaan als toetje. Na de lunch varen we naar een ander eiland om weer te snorkelen en relaxen. Later varen we naar een vissersdorp op het eiland Rinca. In het dorp zien we opvallend veel kinderen. Iedere man heeft hier drie tot vier vrouwen. De dorpsbewoners vissen op Ikan Teri, kleine visjes. Overal liggen ze in de zon te drogen op gaas dat op palen is gespannen.

Aan het eind van de dag gaan we voor anker bij Kalong (vliegende hond) eiland. Onze gids vertelt ons dat de Kalongs hier overdag rusten en tegen zonsondergang uitvliegen om te fourageren. Toen de uittocht begon en er een stuk of 10, 20 Kalongs waren overgevlogen dacht ik dat we het wel gehad hadden. Een grote vergissing, dat was pas het begin. Er volgden nog honderden, duizenden Kalongs, een indrukwekkend gezicht. Worden ook wel vliegende hond genoemd en hebben een spanwijdte van gemiddeld 1,5 meter. Je kunt nog meer informatie lezen op Wikipedia.
Terwijl wij van dit schouwspel genieten, heeft de kok weer een heerlijke maaltijd in zijn kleine keukentje tevoorschijn getoverd.

Zondag.
Om 6 uur in de ochtend wordt de motor gestart om te vertrekken. Iedereen is al op en we krijgen ontbijt. Na een uur varen komen we aan op het eiland Rinca om een wandeling te maken in het nationaal park. We zien Komodo varanen, waterbuffels, herten, wilde varkens en apen. Varanen leggen hun eieren in grote holen onder de grond, 2 meter diep en dan 2 meter horizontaal. Het vrouwtje blijft in de buurt om haar nest te beschermen. Na een tijd verlaat ze het nest om pas weer terug te keren als de eieren uitkomen. Niet om de jongen te beschermen, maar om ze op te eten. Jonge varanen worden niet beschermd door hun moeder en leven daarom in bomen totdat ze daar te zwaar voor worden. De wandeling is schitterend, heel afwisselend door de jungle maar ook hoger gelegen steppen.
Terug aan boord varen we een paar uur en gaan we snorkelen bij een mooi strandje. Het zand is helemaal roze door de kleine stukjes koraal. Er staat hier een sterke stroming. Naast ons ligt een boot waarvan een gast gaat snorkelen en niet meer in staat is om tegen de sterke stroming terug bij de boot te komen. Hij moet gehaald worden. ‘s-Avonds varen we naar Loh Liang, het dorpje op Komodo waar we voor anker gaan voor de nacht.

Maandag.
Tegen zes uur is iedereen al op, douchen, ontbijten en intussen varen we al naar de ingang van het Komodo Nationaal park. We doen hier een wandeling van ongeveer 2 uur onder begeleiding van een park ranger. We zien veel herten, wild zwijn, wilde kippen, kalkoenen. Maar ook een flink aantal varanen, het lijken wel boomstammen. Tijdens de wandeling passeren we een waterbuffel die doodstil stond en sloom was. Op eerdere reizen heb ik ook waterbuffels gezien en die waren erg schuw en houden je scherp in de gaten. Dus ik vond het vreemd dat deze volkomen apatisch was. Maar toen we hem gepasseerd waren en ik nog eens achterom keek, zag ik dat hij een grote beet in zijn achterpoot had. Toen ging het lichtje branden: hij was gebeten door een Komodo varaan en stond langzaam te sterven.

In de middag varen we nog naar een mooi strand om te snorkelen. Hier liggen veel zeesterren in het water vlak tegen het strand aan. Ook zien we kleine zandhaaitjes zwemmen in ondiep water. Het snorkelen is hier prachtig, veel koraal en zeeleven. In de avond komen we weer aan in Labuan Bajo in ons hotel.

Onze route op Flores

September 2014. Rondreis Kleine Sunda eilanden, Indonesië.

Op 1 september vertrekken Coos, Yvonne & Michael voor een rondreis over het eiland Flores, gevolgd door een bootreis naar de Komodo eilanden en tot besluit een aantal dagen strandrelaxen op Lombok. We vliegen met een Airbus 380 van Emirates via Dubai naar Jakarta. Daar nemen we nog een vlucht naar Den Pasar waar we overnachten. De volgende dag vliegen we naar Maumere waar onze rondreis begint.

Om bij te komen van de reis en te acclimatiseren hebben we eerst een vrije dag in Sea World Club aan het strand in Maumere. Hier hebben we twee huisjes met veranda aan het strand, het uitzicht is schitterend. Onze eerste avond brengen we door met een biertje bij de strandbar waar we ook lekker eten. De volgende dag hebben we een luie stranddag. Onze gids voor de rondreis Cons komt al kennismaken en ons over de reis vertellen.

Vrijdag. Maumere – Moni.
Onze gids en chauffeur komen ons vroeg ophalen voor het begin van de rondreis. Vandaag zullen wij met tussenstops naar Moni rijden. Om te beginnen bezoeken we eerst nog een museum en een lokale markt in Maumere. Verder op de rit vinden we het dorpje Sikka waar we een ikat weverij en een oude Portugese kerk bezoeken. We gaan lunchen in een restaurantje aan het strand in Paga en genieten ook enige tijd van het strand. In Moni overnachten we in Kelimuto Eco Lodge, een leuk hotel met uitzicht over rijstterrassen en bergen.

Zaterdag. Moni – Kelimutu – Riung.
We moeten erg vroeg op, om 04:00 uur vertrekken we om te genieten van de zonsopgang bij de 3-kleuren meren van Kelimutu. We moeten een 1-1/2 uur durende wandeling ondernemen om bij de meren te komen. Kelimutu is een vulkaan die bestaat uit drie kraters die gevuld zijn met water. Het water wordt gekleurd door de stoffen in het water en de meren hebben in de afgelopen jaren verschillende kleuren gehad. We zien prachtige uitzichten. Als je wilt fotograferen, moet je extra betalen. Omdat het op hoogte ligt is het best wel koel, de lokalen liepen te rillen in hun tuig maar ik vond de temperatuur heerlijk. Onderweg genoten we nog van een heerlijke fruitjuice en kochten zongerijpte mandarijnen. Heerlijk. Er gaat niets boven zongerijpt tropisch fruit.
In Riung overnachten we in hotel Pondok SVD.

De volgende dag, zondag, gaat ons gezelschap met een eigen bootje de verschillende onbewoonde eilanden voor de kust van Riung bezoeken. De dag wordt gevuld met snorkelen, zwemmen en een BBQ op het strand van één van de eilanden. De wateren rond die eilanden zijn mooi om te snorkelen.
Weer terug bij het hotel zien we dat er een markt opgebouwd wordt. We horen dat er de volgende dag markt is. De markt kooplui bouwen al de dag tevoren de kraampjes op en slapen bij hun kraampjes met handelswaar. Sommige moeders overnachten er met hun baby.

Flores is over het algemeen een Christelijk eiland. Maar in Riung leven ook veel moslims. Ook vestigen zich er veel mosloms uit Arabische landen. Ik vraag me af waarom dat is. In gesprekken met onze gids horen we dat de moslims en hun moskeeën tijdens de Ramadan beschermt worden door Christenen. En tijdens de Kerstviering worden de Christenen en hun kerken beschermd door moslims. Tolerantie is het belangrijkste goed van de eiland bewoners.

Maandag. Riung – Bajawa
Na het ontbijt bezoeken we eerst de markt die gisteren werd opgebouwd. We zijn de enige Westerlingen die op de markt rondlopen en worden veel bekeken en nagekeken. Daarna hebben we enig oponthoud want ons busje wil niet starten.
Nadat dat is opgelost, vertrekken we voor een bezoek aan de heetwater bronnen in Soa. We besluiten niet het water in te gaan. Om daar te komen moet je over rotsblokken klauteren die groen zien van de algen en dus spekglad zijn. We hebben geen zin in gebroken benen deze vakantie.
Rond 4 uur komen we aan in Bajawa waar we logeren in hotel Happy Happy met een Nederlandse eigenaar.

Dinsdag rijden we eerst naar het dorpje Bena om traditionele huizen te bezoeken. Daarna doen we een trekking langs verschillende dorpen. We moeten goed uitkijken waar we lopen omdat je snel wegglijd door losse steentjes. De dorpjes zijn leuk om te bezoeken, overal liggen dingen te drogen in de zon, zoals cacao, koffiebonen, kemirienoten, kruidnagel, kokos. Veel vrouwen zijn aan het weven, sjaals, tafellopers, sarongs.
Nadat we de meegenomen lunch boxen hebben genuttigd, brengen we een bezoek aan de Mala Hagi heetwater bronnen. Het is daar heerlijk. Er komen twee stromen samen, één bloedheet en de ander ijskoud. Heel vreemd, maar de combinatie is heerlijk.

Woensdag. Bajawa – Belaragi
Vandaag gaan we op weg naar het traditionele dorp Belaragi waar we zullen overnachten bij één van de families. Maar eerst gaan we een aantal uren naar het strand, waar we heerlijk in de schaduw van de palmbomen hebben zitten lezen (en dutten af en toe). Ook genieten we van de lunchbox die we onderweg hebben gekocht. Als we onderweg zijn naar het dorp, krijgt ons busje een lekke band. Terwijl de chauffeur het wiel wisselt, eten wij van overheerlijke verse (zongerijpte) ananas.
Het laatste stuk naar Belaragi moeten we lopen, zo’n 1-1/2 uur, heuvel op. We krijgen een vrouwelijke lokale gids mee die ons naar het dorp brengt. En haar broer fungeert als drager, hij loopt op zijn slippertjes en draagt al onze rugtassen waar ook alles voor de overnachting in zit. Het dorp is onbereikbaar voor auto’s, je komt er lopend of met de brommer. Als we bijna in het dorp zijn, loopt de broer vooruit. Op een gegeven moment vallen er kokosnoten uit een boom, we kijken omhoog en daar zit de broer, hoog in de palmboom. Weer beneden slaat hij met zijn kapmes de kokosnoten open zodat we de heerlijke kokosmelk kunnen drinken. Hij heeft er nog extra om mee te nemen naar het dorp. Van die noten die mee moeten snijdt hij wat vezels los en bind dan de kokosnoten bij elkaar. Verbijsterend is het gemaak waarmee hij dat doet.

In het dorp worden we verwelkomd door een klein mager vrouwtje, ze is 68 jaar maar lijkt wel 90. Het blijkt de moeder van Rennie, onze gids. Er wordt koffie en thee gezet en we krijgen ook pisang goreng. Ook doen we een rondje door het dorp, indrukwekkend hoe primitief de mensen hier nog leven: geen electra of stromend water. Kaarslicht of een olielamp. De huizen staan op palen, gemaakt van hout, bamboe en een dak van palmbladen.
Er zijn twee ruimtes zonder ramen, alleen door de deur komt licht naar binnen. In de ruimte bij de deur slapen we, chauffeur, gids en wij met drieën, op de vloer met een dun matje.

‘s-Avonds krijgen we een welkom ceremonie in de andere ruimte waar ook de stookplaats is. Een kip wordt geslacht en het bloed wordt opgevangen. Als de kip leeggebloed is, wordt met het bloed een vingerafdruk gezet op de houtsnijwerken die de voorouders symboliseren. Ook wij krijgen een vingerafdruk met bloed in onze handpalm gedrukt. Daarna gaat de kip met veren en al boven het vuur totdat alle veren er af gebrand zijn. Dan wordt de kip in stukken gesneden en gaat in de pan voor de soep. Geraspte kokos, groenten en kruiden worden toegevoegd.
Uiteindelijk zitten we met 12 mensen in een kleine ruimte te eten. Rijst in gevlochte manden, kip, vis, groenten, chili en een glaasje soep. Uit het mandje eet je alles met je handen. Daarna komt de arak, zelfgestookt. Toilet en mandibak zijn buiten, je moet eerst voorbij 2 hokken waarin de varkens zitten. Om tien uur gaat iedereen slapen.

Donderdag. Om 5 uur horen we dat het vuur alweer opgestookt wordt. Even later staan we op en krijgen we ontbijt in de voorkamer waar we geslapen hebben, rijst, ei en groenten. Koffie of thee met pisang goreng toe.
Daarna worden we in traditionele kleding gehesen voor de foto’s. Om half negen nemen we afscheid van de hartelijke familie en het dorpje en lopen weer dezelfde weg terug naar ons busje. Ditmaal heuvel af, een stuk makkelijker.
Eenmaal onderweg bezoeken we nog een bedrijfje dat aran produceert van een bepaalde palmboom. We krijgen allen een glas aangeboden maar durven maar een slokje te nemen uit angs dat het vermengd is met ethanol, puur gif.

Aangekomen in Ruteng, overnachten we bij de nonnen die een guesthouse hebben. ‘s-Avonds bezoeken we nog een tradioneel dorp. De kinderen zijn hier zeer opdringerig, vies en onverzorgd. Dit hebben we nog niet eerder gezien. Daarna even over de pasar lopen en een biertje drinken. Voor negen uur moeten we terug zijn bij de nonnen, dan gaat het hek dicht.

Vrijdag. De nonnen runnen een groot internaat en daarnaast bieden ze onderdag aan hotelgasten. Het is er schoon, netjes en sober. We gaan eerst voor een wandelijk van 2 uur met ontzettend mooie vergezichten. Rijstvelden waar je maar kijkt.
Daarna volgt een wandeling naar de ‘spiderweb’ rijstvelden in Cancar. Vervolgens een 5 uur durende autorit naar Labuan Bajo. De wegen zijn verschrikkelijk slecht en we hebben weer een lekke band. Tijdens de bandenwissel zitten Coos en Yvonne bij een familie in de schaduw op het terras. Yvonne maakt foto’s en dat is een groot succes.
Aangekomen in Labuan Bajo nemen we afscheid van onze gids en chauffeur. Morgen rijden ze terug naar Maumere, ze zijn twee dagen onderweg voordat ze thuis zijn. In Labuan Bajo verblijven we in een prachtig hotel, Puri Sari Beach hotel, de badkamer is gigantisch. De hotel shuttle brengt ons naar het centrum waar we een biertje dronken en heerlijk hebben gegeten.

De Kleine Sunda Eilanden zijn de eilanden die ten oosten van Bali liggen. De bekendste zijn Lombok, Sumbawa, Flores, Komodo, Sumba en Timor. Maar het meest bekend is Bali, dat ook tot deze eilandengroep behoort. Flores is één van de grootste eilanden van de groep en wordt in een adem genoemd met de Komodo eilanden. Veel van deze eilanden zijn nog ongerept en er is nog geen massatoerisme. Je kunt er prachtige tochten maken en mooi snorkelen en/of duiken. Ook vind je er hoge vulkanen, witte zandstranden en uitgestrekte rijstvelden.

Onze reis gaat dit keer naar Flores, Komodo eilanden en als afsluiting nog een rustperiode op Lombok voordat we weer terugreizen naar Nederland.

Al vele malen ben ik in Indonesië geweest, ik heb er echter nog nooit een reisverhaal over geschreven. Het is de hoogste tijd dat daar nu verandering in komt.

Wat is mijn binding met Indonesië? Ten eerste ben ik er geboren, in Semarang op Java. Verder ben ik wel opgegroeid in Indonesische sferen. Mijn ouders hebben jarenlang in Indonesië gewoond (mijn vader zat bij het KNIL).

Wij zijn uit Indonesië vertrokken toen ik een baby van een jaar oud was. Maar tot mijn middelbare school woonden wij een een straat waar nog meer ex-KNIL militairen en ook een aantal Indische familie’s woonden. Ik ben dus wel enigszins “geïndoctrineerd” met voormalig Nederlands-Indië. In 1983 gingen mijn vrouw en ik voor het eerst naar Indonesië op vakantie. Toen ik het vliegtuig uitstapte, was het net of ik thuis kwam en dat gevoel heb ik nog steeds als ik daar weer aankom.

Het grootste deel van mijn verblijven breng ik door in de regio Yogyakarta. Dit is een hele rustige, maar ook mooie regio. De stad zelf heeft bezienswaardigheden zoals de Kraton, het Waterpaleis en natuurlijk Jalan Malioboro. Aan het eind van Jl. Malioboro vind je Benteng (Fort) Vredeburg en Pasar Beringharjo, een overdekte markt.
Buiten de stad kun je naar de Prambanan tempels, de Borobodur en ook de Merapi vulkaan.

Kortom, genoeg te bezoeken en te zien. Voorlopig een verslag van een reis naar de Kleine Sunda Eilanden. Later meer.

Vlag
Hoofdstad Jakarta
Regering Republiek
Munt Indonesische Rupia
Oppervlakte 1.919.440 km2
Taal Indonesisch (officieel Bahasa
Indonesia en een flink aantal
regionale talen
Religie Moslim 88%, Protestant 5%,
Katholiek 3%, Hindoe 2%,
Boedhist 1%, overig 1% (1998)
Bron: Wikipedia