Reisverhalen

Dinsdag t/m woensdag een week later.
Na onze rondreis op Flores & Komodo vertrekken wij vroeg in de ochtend naar het vliegveld om naar Lombok te reizen. We hebben een bungalow gehuurd in Sengigi, Villa Stella Garden bungalow. Aan het begin van de middag komen we aan in de bungalow waar het personeel Herman en Isaac ons al opwachten en uitleg geven over het gebruik van de bungalow. Het huis ziet er fantastisch uit, groot, ruime kamers, grote huiskamer en een giga veranda met buitenkeuken. Plus nog een zwembad en flinke tuin. Herman en Isaac komen iedere ochtend rond 10 uur om het interieur te verzorgen. De vuile was kunnen we ook meegeven, kosten Rp 6000 (€0,40) per kg. Daar ga je zelf toch niet voor staan te wassen, hehe. En, indien gewenst, kan het ontbijt ook nog verzorgd worden.

We lopen richting strand (3 min. lopen) en ontdekken resto Alberto met ligbedden en een heerlijke tonijn sandwich. Daarna gaan we richting het dorp, nemen een heerlijke massage en belanden uiteindelijk op het strand van Senggigi Beach hotel voor een biertje. Een hotel met een prachtige tropische tuin. We blijven bij dit hotel plakken voor Happy Hour & Sunset. Er speelt een live band en de temperatuur is heerlijk. Het leven is goed.

Naast luie dagen aan het strand en aan het zwembad, hebben we ook enkele dagtochten gemaakt.
We boekten een dagtocht naar de Gili eilanden. We worden ‘s-morgens opgehaald en gaan met het bootje eerst naar Gili Trawangan, het grootste eiland. Op deze eilanden is geen auto- of motorverkeer, wel rijden er fietsen en veel paardekarretjes. Er zijn veel winkeltjes en restaurantjes. De eilanden worden veel bezocht door backpackers en zijn ideaal voor snorkelen, duiken en kite surfen. We zien veel jonge mensen uit Australië.
Na een uur gaan we met het bootje weer verder naar Gili Meno om te snorkelen. Het koraal is hier ernstig beschadigd, heel jammer. Na het snorkelen gaan we ook nog naar Gili Air, ook hier blijven we een paar uurtjes. Ik heb daar ook nog een geocache gezocht en gevonden.
Om 3 uur gingen we terug met het bootje, de zee was best ruw, de boot moest er hard voor werken. Tegen 5 uur weer bij Senggigi Beach voor een biertje.

Op maandag hadden we wederom een dagtocht geboekt. Eerst bezochten we het waterpaleis van de koning Taman Narmada. Dit paleis is gebouwd in opdracht van de toenmalige koning van Bali, die het gebruikte als zijn zomerpaleis. Daarna brengen we een bezoek aan de drie watervallen op het midden van Lombok.
De doorgaande wegen zijn hier erg druk. Aangekomen bij de watervallen krijgen we een lokale gids mee. Het is een beste klim door de jungle, maar we zien koffie, cocao, katoen en jackfruit. De watervallen zijn schitterend.
Onze chauffeur/gids vraagt of we traditioneel stickfighting willen zien. Het is een jaarlijkse competitie hier op Lombok. Maar eerst gaan we in dat dorp, waar al zijn familie woont, naar zijn zus. We worden hartelijk ontvangen en krijgen koffie en pisang goreng. Even later komt er een complete maaltijd. Terwijl wij eten, maakt de zus (onze gastvrouw) voor ieder van ons een van bamboe gevlochten ring. Ze kijkt naar je vinger voor de maat en als de ring klaar is, past hij precies. De gastvrijheid van de mensen is ongekend: Komen er 4 mensen je erf op terwijl je staat te strijken. Binnen een half uur zit iedereen te eten.
Daarna gaan we in het dorp naar de stickfights. Er zijn bamboe tribunes gebouwd en er komen honderden mensen op af, van jong tot oud. De deelnemers hebben een rotan stok en een schild. Het gaat er heel heftig aan toe, maar niet gemeen. Iedereen komt ongeschonden uit de strijd. De happening wordt begeleid door een omroeper en een orkestje. We amuseren ons kostelijk. Aan het eind van de middag is het afgelopen en gaan we terug naar Senggigi.

Aan het eind van deze week Lombok vertrekken we via Den Pasar weer terug naar Amsterdam. Einde van een fantastische vakantie.

Zaterdag.
Vandaag begint onze 3-daagse boottrip naar de Komodo eilanden. In de ochtend vertrekken we uit de haven van Labuan Bajo, we varen ongeveer een half uur naar een klein eilandje om te snorkelen en te relaxen. Op onze boot, de ‘Bintang Laut’ is plaats voor 14 passagiers, wij zijn met drie en onze gids. Aan boord zijn 6(!) bemanningsleden. We hebben flink de ruimte.
Terug aan boord genieten we van de lunch, rijst, mie, sajor, inktvis, kip en banaan als toetje. Na de lunch varen we naar een ander eiland om weer te snorkelen en relaxen. Later varen we naar een vissersdorp op het eiland Rinca. In het dorp zien we opvallend veel kinderen. Iedere man heeft hier drie tot vier vrouwen. De dorpsbewoners vissen op Ikan Teri, kleine visjes. Overal liggen ze in de zon te drogen op gaas dat op palen is gespannen.

Aan het eind van de dag gaan we voor anker bij Kalong (vliegende hond) eiland. Onze gids vertelt ons dat de Kalongs hier overdag rusten en tegen zonsondergang uitvliegen om te fourageren. Toen de uittocht begon en er een stuk of 10, 20 Kalongs waren overgevlogen dacht ik dat we het wel gehad hadden. Een grote vergissing, dat was pas het begin. Er volgden nog honderden, duizenden Kalongs, een indrukwekkend gezicht. Worden ook wel vliegende hond genoemd en hebben een spanwijdte van gemiddeld 1,5 meter. Je kunt nog meer informatie lezen op Wikipedia.
Terwijl wij van dit schouwspel genieten, heeft de kok weer een heerlijke maaltijd in zijn kleine keukentje tevoorschijn getoverd.

Zondag.
Om 6 uur in de ochtend wordt de motor gestart om te vertrekken. Iedereen is al op en we krijgen ontbijt. Na een uur varen komen we aan op het eiland Rinca om een wandeling te maken in het nationaal park. We zien Komodo varanen, waterbuffels, herten, wilde varkens en apen. Varanen leggen hun eieren in grote holen onder de grond, 2 meter diep en dan 2 meter horizontaal. Het vrouwtje blijft in de buurt om haar nest te beschermen. Na een tijd verlaat ze het nest om pas weer terug te keren als de eieren uitkomen. Niet om de jongen te beschermen, maar om ze op te eten. Jonge varanen worden niet beschermd door hun moeder en leven daarom in bomen totdat ze daar te zwaar voor worden. De wandeling is schitterend, heel afwisselend door de jungle maar ook hoger gelegen steppen.
Terug aan boord varen we een paar uur en gaan we snorkelen bij een mooi strandje. Het zand is helemaal roze door de kleine stukjes koraal. Er staat hier een sterke stroming. Naast ons ligt een boot waarvan een gast gaat snorkelen en niet meer in staat is om tegen de sterke stroming terug bij de boot te komen. Hij moet gehaald worden. ‘s-Avonds varen we naar Loh Liang, het dorpje op Komodo waar we voor anker gaan voor de nacht.

Maandag.
Tegen zes uur is iedereen al op, douchen, ontbijten en intussen varen we al naar de ingang van het Komodo Nationaal park. We doen hier een wandeling van ongeveer 2 uur onder begeleiding van een park ranger. We zien veel herten, wild zwijn, wilde kippen, kalkoenen. Maar ook een flink aantal varanen, het lijken wel boomstammen. Tijdens de wandeling passeren we een waterbuffel die doodstil stond en sloom was. Op eerdere reizen heb ik ook waterbuffels gezien en die waren erg schuw en houden je scherp in de gaten. Dus ik vond het vreemd dat deze volkomen apatisch was. Maar toen we hem gepasseerd waren en ik nog eens achterom keek, zag ik dat hij een grote beet in zijn achterpoot had. Toen ging het lichtje branden: hij was gebeten door een Komodo varaan en stond langzaam te sterven.

In de middag varen we nog naar een mooi strand om te snorkelen. Hier liggen veel zeesterren in het water vlak tegen het strand aan. Ook zien we kleine zandhaaitjes zwemmen in ondiep water. Het snorkelen is hier prachtig, veel koraal en zeeleven. In de avond komen we weer aan in Labuan Bajo in ons hotel.

Onze route op Flores

September 2014. Rondreis Kleine Sunda eilanden, Indonesië.

Op 1 september vertrekken Coos, Yvonne & Michael voor een rondreis over het eiland Flores, gevolgd door een bootreis naar de Komodo eilanden en tot besluit een aantal dagen strandrelaxen op Lombok. We vliegen met een Airbus 380 van Emirates via Dubai naar Jakarta. Daar nemen we nog een vlucht naar Den Pasar waar we overnachten. De volgende dag vliegen we naar Maumere waar onze rondreis begint.

Om bij te komen van de reis en te acclimatiseren hebben we eerst een vrije dag in Sea World Club aan het strand in Maumere. Hier hebben we twee huisjes met veranda aan het strand, het uitzicht is schitterend. Onze eerste avond brengen we door met een biertje bij de strandbar waar we ook lekker eten. De volgende dag hebben we een luie stranddag. Onze gids voor de rondreis Cons komt al kennismaken en ons over de reis vertellen.

Vrijdag. Maumere – Moni.
Onze gids en chauffeur komen ons vroeg ophalen voor het begin van de rondreis. Vandaag zullen wij met tussenstops naar Moni rijden. Om te beginnen bezoeken we eerst nog een museum en een lokale markt in Maumere. Verder op de rit vinden we het dorpje Sikka waar we een ikat weverij en een oude Portugese kerk bezoeken. We gaan lunchen in een restaurantje aan het strand in Paga en genieten ook enige tijd van het strand. In Moni overnachten we in Kelimuto Eco Lodge, een leuk hotel met uitzicht over rijstterrassen en bergen.

Zaterdag. Moni – Kelimutu – Riung.
We moeten erg vroeg op, om 04:00 uur vertrekken we om te genieten van de zonsopgang bij de 3-kleuren meren van Kelimutu. We moeten een 1-1/2 uur durende wandeling ondernemen om bij de meren te komen. Kelimutu is een vulkaan die bestaat uit drie kraters die gevuld zijn met water. Het water wordt gekleurd door de stoffen in het water en de meren hebben in de afgelopen jaren verschillende kleuren gehad. We zien prachtige uitzichten. Als je wilt fotograferen, moet je extra betalen. Omdat het op hoogte ligt is het best wel koel, de lokalen liepen te rillen in hun tuig maar ik vond de temperatuur heerlijk. Onderweg genoten we nog van een heerlijke fruitjuice en kochten zongerijpte mandarijnen. Heerlijk. Er gaat niets boven zongerijpt tropisch fruit.
In Riung overnachten we in hotel Pondok SVD.

De volgende dag, zondag, gaat ons gezelschap met een eigen bootje de verschillende onbewoonde eilanden voor de kust van Riung bezoeken. De dag wordt gevuld met snorkelen, zwemmen en een BBQ op het strand van één van de eilanden. De wateren rond die eilanden zijn mooi om te snorkelen.
Weer terug bij het hotel zien we dat er een markt opgebouwd wordt. We horen dat er de volgende dag markt is. De markt kooplui bouwen al de dag tevoren de kraampjes op en slapen bij hun kraampjes met handelswaar. Sommige moeders overnachten er met hun baby.

Flores is over het algemeen een Christelijk eiland. Maar in Riung leven ook veel moslims. Ook vestigen zich er veel mosloms uit Arabische landen. Ik vraag me af waarom dat is. In gesprekken met onze gids horen we dat de moslims en hun moskeeën tijdens de Ramadan beschermt worden door Christenen. En tijdens de Kerstviering worden de Christenen en hun kerken beschermd door moslims. Tolerantie is het belangrijkste goed van de eiland bewoners.

Maandag. Riung – Bajawa
Na het ontbijt bezoeken we eerst de markt die gisteren werd opgebouwd. We zijn de enige Westerlingen die op de markt rondlopen en worden veel bekeken en nagekeken. Daarna hebben we enig oponthoud want ons busje wil niet starten.
Nadat dat is opgelost, vertrekken we voor een bezoek aan de heetwater bronnen in Soa. We besluiten niet het water in te gaan. Om daar te komen moet je over rotsblokken klauteren die groen zien van de algen en dus spekglad zijn. We hebben geen zin in gebroken benen deze vakantie.
Rond 4 uur komen we aan in Bajawa waar we logeren in hotel Happy Happy met een Nederlandse eigenaar.

Dinsdag rijden we eerst naar het dorpje Bena om traditionele huizen te bezoeken. Daarna doen we een trekking langs verschillende dorpen. We moeten goed uitkijken waar we lopen omdat je snel wegglijd door losse steentjes. De dorpjes zijn leuk om te bezoeken, overal liggen dingen te drogen in de zon, zoals cacao, koffiebonen, kemirienoten, kruidnagel, kokos. Veel vrouwen zijn aan het weven, sjaals, tafellopers, sarongs.
Nadat we de meegenomen lunch boxen hebben genuttigd, brengen we een bezoek aan de Mala Hagi heetwater bronnen. Het is daar heerlijk. Er komen twee stromen samen, één bloedheet en de ander ijskoud. Heel vreemd, maar de combinatie is heerlijk.

Woensdag. Bajawa – Belaragi
Vandaag gaan we op weg naar het traditionele dorp Belaragi waar we zullen overnachten bij één van de families. Maar eerst gaan we een aantal uren naar het strand, waar we heerlijk in de schaduw van de palmbomen hebben zitten lezen (en dutten af en toe). Ook genieten we van de lunchbox die we onderweg hebben gekocht. Als we onderweg zijn naar het dorp, krijgt ons busje een lekke band. Terwijl de chauffeur het wiel wisselt, eten wij van overheerlijke verse (zongerijpte) ananas.
Het laatste stuk naar Belaragi moeten we lopen, zo’n 1-1/2 uur, heuvel op. We krijgen een vrouwelijke lokale gids mee die ons naar het dorp brengt. En haar broer fungeert als drager, hij loopt op zijn slippertjes en draagt al onze rugtassen waar ook alles voor de overnachting in zit. Het dorp is onbereikbaar voor auto’s, je komt er lopend of met de brommer. Als we bijna in het dorp zijn, loopt de broer vooruit. Op een gegeven moment vallen er kokosnoten uit een boom, we kijken omhoog en daar zit de broer, hoog in de palmboom. Weer beneden slaat hij met zijn kapmes de kokosnoten open zodat we de heerlijke kokosmelk kunnen drinken. Hij heeft er nog extra om mee te nemen naar het dorp. Van die noten die mee moeten snijdt hij wat vezels los en bind dan de kokosnoten bij elkaar. Verbijsterend is het gemaak waarmee hij dat doet.

In het dorp worden we verwelkomd door een klein mager vrouwtje, ze is 68 jaar maar lijkt wel 90. Het blijkt de moeder van Rennie, onze gids. Er wordt koffie en thee gezet en we krijgen ook pisang goreng. Ook doen we een rondje door het dorp, indrukwekkend hoe primitief de mensen hier nog leven: geen electra of stromend water. Kaarslicht of een olielamp. De huizen staan op palen, gemaakt van hout, bamboe en een dak van palmbladen.
Er zijn twee ruimtes zonder ramen, alleen door de deur komt licht naar binnen. In de ruimte bij de deur slapen we, chauffeur, gids en wij met drieën, op de vloer met een dun matje.

‘s-Avonds krijgen we een welkom ceremonie in de andere ruimte waar ook de stookplaats is. Een kip wordt geslacht en het bloed wordt opgevangen. Als de kip leeggebloed is, wordt met het bloed een vingerafdruk gezet op de houtsnijwerken die de voorouders symboliseren. Ook wij krijgen een vingerafdruk met bloed in onze handpalm gedrukt. Daarna gaat de kip met veren en al boven het vuur totdat alle veren er af gebrand zijn. Dan wordt de kip in stukken gesneden en gaat in de pan voor de soep. Geraspte kokos, groenten en kruiden worden toegevoegd.
Uiteindelijk zitten we met 12 mensen in een kleine ruimte te eten. Rijst in gevlochte manden, kip, vis, groenten, chili en een glaasje soep. Uit het mandje eet je alles met je handen. Daarna komt de arak, zelfgestookt. Toilet en mandibak zijn buiten, je moet eerst voorbij 2 hokken waarin de varkens zitten. Om tien uur gaat iedereen slapen.

Donderdag. Om 5 uur horen we dat het vuur alweer opgestookt wordt. Even later staan we op en krijgen we ontbijt in de voorkamer waar we geslapen hebben, rijst, ei en groenten. Koffie of thee met pisang goreng toe.
Daarna worden we in traditionele kleding gehesen voor de foto’s. Om half negen nemen we afscheid van de hartelijke familie en het dorpje en lopen weer dezelfde weg terug naar ons busje. Ditmaal heuvel af, een stuk makkelijker.
Eenmaal onderweg bezoeken we nog een bedrijfje dat aran produceert van een bepaalde palmboom. We krijgen allen een glas aangeboden maar durven maar een slokje te nemen uit angs dat het vermengd is met ethanol, puur gif.

Aangekomen in Ruteng, overnachten we bij de nonnen die een guesthouse hebben. ‘s-Avonds bezoeken we nog een tradioneel dorp. De kinderen zijn hier zeer opdringerig, vies en onverzorgd. Dit hebben we nog niet eerder gezien. Daarna even over de pasar lopen en een biertje drinken. Voor negen uur moeten we terug zijn bij de nonnen, dan gaat het hek dicht.

Vrijdag. De nonnen runnen een groot internaat en daarnaast bieden ze onderdag aan hotelgasten. Het is er schoon, netjes en sober. We gaan eerst voor een wandelijk van 2 uur met ontzettend mooie vergezichten. Rijstvelden waar je maar kijkt.
Daarna volgt een wandeling naar de ‘spiderweb’ rijstvelden in Cancar. Vervolgens een 5 uur durende autorit naar Labuan Bajo. De wegen zijn verschrikkelijk slecht en we hebben weer een lekke band. Tijdens de bandenwissel zitten Coos en Yvonne bij een familie in de schaduw op het terras. Yvonne maakt foto’s en dat is een groot succes.
Aangekomen in Labuan Bajo nemen we afscheid van onze gids en chauffeur. Morgen rijden ze terug naar Maumere, ze zijn twee dagen onderweg voordat ze thuis zijn. In Labuan Bajo verblijven we in een prachtig hotel, Puri Sari Beach hotel, de badkamer is gigantisch. De hotel shuttle brengt ons naar het centrum waar we een biertje dronken en heerlijk hebben gegeten.

De Kleine Sunda Eilanden zijn de eilanden die ten oosten van Bali liggen. De bekendste zijn Lombok, Sumbawa, Flores, Komodo, Sumba en Timor. Maar het meest bekend is Bali, dat ook tot deze eilandengroep behoort. Flores is één van de grootste eilanden van de groep en wordt in een adem genoemd met de Komodo eilanden. Veel van deze eilanden zijn nog ongerept en er is nog geen massatoerisme. Je kunt er prachtige tochten maken en mooi snorkelen en/of duiken. Ook vind je er hoge vulkanen, witte zandstranden en uitgestrekte rijstvelden.

Onze reis gaat dit keer naar Flores, Komodo eilanden en als afsluiting nog een rustperiode op Lombok voordat we weer terugreizen naar Nederland.

Onze reis naar en aan de kust

Nadat we de Noord-Oost Loop van Noord-Vietnam hebben gedaan, vervolgen we onze reis naar de kust. Eerst gaan we naar Quan Lan en daarna nog naar Cat Ba Island voor een aantal dagen relaxen aan het strand.

Na een aantal uren rijden met de auto nemen we een veerpont voor de oversteek naar Van Don schiereiland om naar de haven Cai Rong te kunnen rijden. Vandaar is het ongeveer 3 uur varen naar Quan Lan. Aan boord hebben we veel bekijks, we zijn de enige Westerlingen tussen een stuk of 45 Vietnamezen. Maar ja, wij bekijken hun net zoveel als zij ons bekijken . .

Met de Tuk-Tuk worden we naar ons hotelletje gebracht: zes personen, 2 koffers en een tas op zo’n klein karretje, maar het lukt allemaal. Ons hotel staat midden in het dorpje en is tevens groenteboer en winkel van Sinkel, er wordt van alles verkocht: van schoenen tot zeep en ook baby voeding.
We eten op het terras voor het hotel. De eigenaresse heeft voor ons gekookt, géén keuze menu, maar wat ze ons voorzet smaakt heerlijk. We eten vis, wat zou je anders moeten eten aan de kust, het smaakt heerlijk. Er is slechts electriciteit van 17.30 uur tot 22.30 uur. Het eiland is nog niet op het landelijk electriciteitsnet aangesloten en moet dus hierin zelf voorzien.

De volgende dag hoeven we niet zo vroeg op, we gaan dan een fietstocht maken. Echter om half zes begint er uit grote luidsprekers aan de overkant van de straat keiharde muziek te spelen en wordt het nieuws voorgelezen. Het dorp ontwaakt en wij ook natuurlijk.

Op onze fietstocht naar de andere kant van het eiland komen we op het strand. Daar zijn enkele vrouwen tussen de stenen in het zand voedsel aan het zoeken. Ze verzamelen daar kleine schelpen voor consumptie. ‘s-Middags lunchen we weer bij onze hospita, noodles met roergebakken groenten en grote garnalen, heerlijk!
Als we de volgende morgen weer vertrekken, vragen we om de rekening, we betalen 675.000 Vietnamese Dong (ongeveer 33 euro). Dit voor 2 diners, 1 lunch, alle drankjes (2 avonden enige biertjes), koffie, water en dit alles voor drie personen. Je schaamt je haast als je de portemonne uit je broekzak haalt met daarin een dik pak biljetten.
Onze was is door het hulpje gedaan. Als we vragen wat dat kost, mogen we dat zelf bepalen. We vragen onze gids om advies wat een redelijke prijs is. Hij vertelt dat ze hier werkt, van het vaste land komt en dat haar familie heel arm is. Haar moeder ligt in het ziekenhuis. We hebben haar maar een extraatje gegeven, ze was erg blij.

Ha Long wordt vertaald als ‘waar de draak in de zee afdaalt’. De legende gaat dat de eilanden van Halong Bay gecreëerd werden door een grote draak die in de bergen leefde. De draak mag dan een legende zijn, zeelieden in de regio hebben vaak gerapporteerd over een gigantisch zeewezen, bekend als de Tarasque.

Halverwege de dag wordt ons door de bemanning een lunch aangeboden bestaande uit een flink aantal seafood gerechten. De lunch is zo overdadig dat onze gids op een gegeven moment de bemanning vertelt dat het genoeg is, ze blijven maar schalen aandragen. Het is moeilijk af te blijven van de overheerlijke visgerechten, maar genoeg is genoeg.
De middag brengen we door op het bovendek, we zijn allemaal stil van de geweldige indrukken die we om ons heen zien. De uitzichten zijn overweldigend. Onderweg zien we veel drijvende vissersdorpjes. Het zijn niet veel meer dan een tuinhuisje op een vlot met daaromheen bakken en netten met vis. Bij bijna ieder tuinhuisje zie je op het vlot een hond lopen, raar gezicht zo midden op zee. Misschien zijn ze wel voor de bewaking.

Na aankomst op Cat Ba Island kunnen we direct in ons hotel, we hebben mooie kamers maar met uitzicht op een muur. De volgende dag vragen en krijgen we andere kamers met een mooier uitzicht en meer licht in de kamer.
We nemen afscheid van onze gids Phuong nadat we hem ‘s-avonds nog een afscheids diner hebben aangeboden voor bewezen diensten. Hij heeft uitstekend voor ons gezorgd en niets was hem teveel. In 2007 zal ik nogmaals van zijn diensten gebruik maken en geeft hij weer dezelfde uitstekende service. Als u ook van zijn service wilt genieten, stuur mij dan een e-mail, ik heb zijn telefoonnummer en e-mail beschikbaar.
Wíj gaan nog genieten van een week strand voordat we weer terug moeten naar Hanoi en vandaar weer naar huis. Ontspannen, luieren aan het strand, heerlijk vis eten en lezen en daarbij af en toe je ogen dicht laten vallen. . . . Rond een uur of 5 in de middag komen we aan op het eiland Quan Lan. Het is een klein eiland met ongeveerd 3000 inwoners. De hoofdattractie hier is het prachtige strand met spierwit zand. Het water is kristal helder blauw met mooie golven.

‘s-Morgens vroeg op, 5 uur, want de boot vertrekt om 06.30 uur. We krijgen een zak met broodjes, kaasjes en fruit mee om op de boot te ontbijten. Met de Tuk-Tuk worden we weer naar de boot vervoerd, welke ons naar Halong City brengt.

In de haven van Halong City liggen volgens onze gids Phuong zo’n 500 boten. En wij krijgen er één voor onszelf, met 5 man bemanning. Er kunnen makkelijk 50 personen op de boot. Er wordt goed voor ons gezorgd, biertjes en eten voor onderweg. Decadent, maar wel comfortabel, haha.

Onderweg stoppen we ook nog om grotten te bezoeken. Deze grotten zijn pas 12 jaar geleden ontdekt door vissers die daar op apen aan het jagen waren. Halong Bay is een schitterende omgeving waar je ogen tekort komt om alles te zien. Het is een prachtige baai aan de Golf van Tonkin. Meer dan 3000 eilandjes rijzen daar omhoog uit het emerald-kleurig water. In 1994 is het aangewezen als Vietnam’s tweede Wereld Erfgoed.

Na enkele dagen in Hanoi vertrekken wij op maandag voor onze 7-daagse jeeptour door de streek ten noordwesten van Hanoi. Achtereenvolgens bezoeken wij Mai Chau, Son La, Lai Chau, Sapa, Bac Ha en weer terug naar Hanoi.

We ontmoeten onze gids, Thjen (die achteraf Phuong blijkt te heten, maar dat is een verhaal apart) en onze chauffeur Bhang, die geen woord Engels spreekt. Thjen spreekt Engels met een zwaar Oosters accent, in het begin met moeite te verstaan, maar als je er aan gewend bent, lukt het wel. Ons vervoer is een grote 4-wheel drive, ruim genoeg voor ons gezelschap met bagage.

De eerste dag van onze rondreis gaan we onderweg naar Mai Chau.

Op onze eerste stop drinken we koffie. De beide Vietnamezen drinken thee, ik moet natuurlijk ook proberen, groene thee, zo bitter als gal. De rillingen lopen over m’n rug. In de komende dagen blijf ik proberen het goedje te drinken, maar ik kan er maar niet aan wennen. De eerste Vietnamese woorden die wij leren zijn: “Ba bia” oftewel: drie bier, zeer belangrijk. . . Bij hoge temperaturen moet je veel drinken! Het Vietnamese bier smaakt goed. Aan het Vietnamese eten moeten we wennen, tijdens de lunch kwam er soep op tafel. Toen ik iedereen op wilde scheppen kwam er met de eerste lepel een kippepoot naar boven, ja, het onderste deel van de kippepoot met de klauw er nog aan. Onze gids realiseerde zich dat wij dat niet zo smakelijk vonden en de soep werd onmiddellijk van tafel gehaald. Verder smaakte alles uitstekend, rijst met roergebakken groenten en vlees.

Ons overnachtingsadres in Mai Chau is een simpele paalwoning in een klein dorpje waar mensen van Tai (geen Thai) afkomst wonen. Vietnam heeft meer dan 54 ethnische minderheden, waarvan wij er op onze reis een aantal zullen bezoeken. Onze kamer: karig ingericht met kussentjes op de vloer om op te zitten (alleen voor toeristen, de Vietnamezen zitten zelf op de grond). ‘s-Avonds werden matrassen neergelegd om op te slapen met een klamboe tegen de muggen.

We hadden wel vrij uitzicht over uitgestrekte rijstvelden. Maar eerst werd er een groot dienblad op de grond gezet met daarop schalen met overheerlijk eten. Net als in Indonesië worden in Vietnam veel eende-eieren geconsumeerd, ik vind ze heerlijk!

Na het eten gaan we nog naar een zang- en dansvoorstelling. Deze wordt gegeven door zo’n twaalf tieners uit het dorpje. Ze maken er veel werk van en doen zichtbaar moeite om hun traditie’s aan ons en nog andere toeristen in het dorpje te tonen. De voorstelling wordt afgesloten met het leegdrinken van een grote pot rijstwijn. Wij mogen ook meehelpen. Het spul smaakt wel lekker, is zacht van smaak en je drinkt het als limonade.

Dag twee gaan we onderweg naar Son La, hoofdstad van de gelijknamige provincie. Onze gids laat de auto stoppen bij een aantal huizen waarvan wij ons afvragen wat we hier doen.
Hij verdwijnt naar binnen en bij terugkomst nodigt hij ons uit ook naar binnen te komen. Enkele familie’s zitten hier te eten, mannen gescheiden van de vrouwen en kinderen. We worden uitgenodigd om mee te eten maar we durven niet zo goed, wij houden het bij thee (die bittere groene . . .). Onze gids Phuong legt ons uit dat de mensen bezig zijn om de oogst mais binnen te halen en te bewerken. De maiskorrels wordt eerst van de kolven gehaald en daarna vermalen tot meel dat bestemd is voor veevoer. De maiskolven zelf worden gebruikt als brandstof. Ik vraag of ik foto’s van de mensen mag maken, maar dat hebben ze liever niet. Toch maak ik er één van de kinderen en laat die zien op het display van de camera. Dat doet iedere keer weer wonderen: nu willen ze allemaal op de foto.

Ik maak ook een foto van de ‘keuken’, iets waar menige Nederlandse huisvrouw jaloers op zou zijn . . . Een stookplaats van enkele vierkante meters.

Als we in Son La aankomen gaan we eerste lunchen: gebakken noodles met rundvlees en groenten, heerlijk! ‘s-Middags bezoeken we de gevangenis ruines van Son La. In deze gevangenis zaten tijdens de Franse overheersing belangrijke hoog geplaatste Vietnamezen, die zich tegen het Franse regime verzetten. Vanuit Hanoi moesten ze lopen, 220 km en geketend. Van iedere 10 gevangenen die er zaten, stierven er 9.

Dag drie, vandaag van Son La naar Lai Chau, ongeveer 300 km, we rijden via Dien Bien Phu. Onderweg stoppen we bij een markt om vers fruit te kopen, heerlijk tropisch fruit welk op natuurlijke wijze gerijpt is.
Ook zien we dat daar zijde-rupsen ter consumptie aangeboden worden. Dit zijn ‘afgekeurde’ rupsen die niet geschikt zijn voor de productie van zijde. De cocon wordt eraf gehaald en de rups wordt gefrituurd.

In Dien Bien Phu gebruiken we de lunch in een restaurant waar een aantal bizarre gerechten op het menu staan: varaan, slangenkop, enz. Dien Bien Phu ligt vlak tegen de grens met Laos. In 1954 is hier de slag gevoerd tgen de Franse overheersers, en duurde 58 dagen. Het verlies van de slag was voor Frankrijk de reden om zich terug te trekken uit Vietnam. Meer hierover kun je lezen op Wikipedia. In het oorlogsmuseum dat we bezoeken komen we een Amerikaan tegen, een gepensioneerde luitenant kolonel. Hij maakte vele reizen naar Vietnam om alle plaatsen nog eens te bezoeken waar hij was geweest tijdens de oorlog.

Op dag vier rijden we van Lai Chau naar Sapa, we hebben 200 km voor de boeg. Onderweg stoppen we bij een klein dorpje waarin mensen van de H’mong wonen. We moeten lopend over een hangbrug de rivier oversteken. Aan de overkant staan ons al enkele kinderen op te wachten. Ze zien er vies en armoedig uit. Onze gids vraagt de bewoners of we binnen mogen komen. Er wonen een moeder met kinderen. De gids vertelt ons dat de moeder ziek is, maar ik vind de kinderen er ook niet gezond uitzien. Ik word er triest van en we laten wat geld achter in de hoop dat ze er iets goeds mee doet.

Later op de dag passeren we een aantal vrouwen die langs de weg aan het werk zijn. We stoppen omdat ik ze graag wil fotograferen, ze dragen allemaal klederdracht. Ze vinden dat niet echt leuk, maar als ze zichzelf zien op het display van mijn camera, dan hebben ze geen bezwaren meer. Onze gids vertelt dat ze 15 km van huis af zijn (gelopen!) om stro te verzamelen om matrassen mee te vullen.

De vrouwen dragen zilverkleurige bewerkte armbanden. Als ze zien dat Coos en Yvonne daar belangstelling voor hebben, dan wordt alles te koop aangeboden. Ook de mooi bewerkte jasjes die ze dragen worden in de onderhandelingen meegenomen. Omdat ze tijdens de onderhandelingen geen aandacht hebben voor mijn camera, geeft mij dat de gelegendheid om veel foto’s te maken. De gids vertelt dat de vrouwen van deze stam hun tanden zwart verven.
Iedere avond worden de tanden van deze Lao-vrouwen bijgewerkt. Je kunt ook duidelijk zien dat er een dikke laag verf op zit. Bij de vrouwen van de Kinh-stam gaf dat vroeger aan dat ze getrouwd zijn. We beleven hier unieke momenten bij deze vrouwen. De indrukken die je hier opdoet zijn bijna niet na te vertellen.

Sapa ligt in een vallei in het Hoang Lien gebergte. Het is in 1922 door de Fransen gebouwd en lijkt daardoor wel op een Franse plaats. Het ligt op 1500m hoogte en heeft daardoor een aangenaam klimaat. In de zomer is het de meest gewilde plaats in Vietnam.

We maken een wandeling over de plaatselijke markt en Yvonne & Coos lopen tegen een marktkraam aan met allemaal shawls van Pasmina-wol (70% wol, 30% zijde). Na flink afpingelen en afname van een stuk of tien wordt er een prijs van VND 50.000 (€ 2,50) per stuk afbedongen.
‘s-Avonds eten we in “Baguette & Chocolate”. Dit is een bar/restaurant/mini-hotel. Hier krijgen kansarme jongeren een opleiding in de horeca. Het is verbonden aan de Hoa Sua School die in 1995 is opgericht en inmiddels al meer dan 2000 jongeren van een opleiding heeft voorzien. Door in het restaurant te eten, steun je het project.

Dag vijf van onze tour brengt ons van Sapa naar Bac Ha.

‘s-Morgens maken we een ruim twee uur durende wandeling met onze gids naar het nabij gelegen dorpje Cat Cat. De weg ernaar toe gaat bergaf over een slingerweg welke later overgaat in trappen totdat we in het dal bij de rivier komen. Onderweg passeren we hutjes van de Black H’Mong mensen. Ze zijn ingesteld op toeristen: je kunt bij ieder hutje wel souvenirs kopen.

Ook moet alles wat de bewoners nodig hebben de trappen op en af gesjouwd worden. Ik krijg het al benauwd als ik er aan denk dat ik ook nog terug moet, weer omhoog die helling op, dezelfde weg terug als ik gekomen ben, een andere mogelijkheid is er niet. De lokalen lopen te sjouwen zonder dat er een druppel zweet te zien is.

Nadat we verder zijn gegaan, bezoeken we onderweg een dorpje dat Ta Phin heet. Hier leven twee minderheids groeperingen samen: Red Dhao en Black H’Mong. Als we uitstappen, worden we omringd door een grote groep vrouwen die allemaal iets willen verkopen. We lopen met onze gids naar het dorpje en de hele groep vrouwen loopt mee.

Er loopt een meisje met mij mee dat verbazingwekkend goed Engels spreekt. We raken aan de praat en ze begint te vertellen. Haar naam is Ly Lo May en ze is 14 jaar. De beide groeperingen leven vreedzaam naast elkaar, maar zullen nooit vermengen door huwelijk. De taal en tradities zijn verschillend. Ik vraag haar waar ze zo goed Engels heeft leren spreken. Ze is begonnen met Engels door dit op school te leren. Daarna heeft ze zich verbeterd door veel met toeristen te praten. Ze spreekt ook nog Frans, Spaans, enigszins Japans en natuurlijk Vietnamees en haar eigen taal. Naar mijn idee heeft ze een grote voorsprong op anderen die hun talen niet of minder goed spreken.
De lunch gebruiken we in Lao Cai dat twee kilometer van de Chinese grens ligt. Na de lunch rijden we naar de grens en kijken naar de bedrijvigheid hier. Vietnamezen die de grens over willen moeten 10.000 Vietnamese Dong betalen (ca 0,50 euro). Wij Westerlingen hebben een visum nodig.

Dag zes verblijven we in Bac Ha. Om 05.00 uur ‘s-morgens begint op straat de staatsradio met uitzendingen via grote luidsprekers welke zijn gemonteerd aan straatlantaarns. Dat is de enige keer dat in in Vietnam iets van het communisme heb gemerkt.

‘s-Morgens om 08.00 uur vertrekken we naar Can Cau, ongeveerd 20 km van Bac Ha. Daar is op zaterdag een openlucht markt. Je weet niet wat je overkomt als je hier de kleurrijke klederdrachten ziet die de mensen dragen. Beschrijven is nog moeilijker, de foto’s in het fotoboek spreken voor zich.

Honderden vrouwen in traditionele kledij van de verschillende minderheids groeperingen. Ze dragen rokken tot op de enkels. In de rokken en jasjes worden heel veel verschillende stoffen gebruikt en daarna weer versierd met bandjes en borduursel. Dit alles in felle kleuren. Heel veel van dit soort kleding werd ook op de markt te koop aangeboden. Ook veel eetstalletjes en groenten, fruit, enz.

Later in de middag gaan we een wandeling maken in de omgeving van Bac Ha. We bezoeken een aantal traditionele huizen. Onderweg kauwen we op stukken suikerriet om het vocht er uit te kauwen. In één van de boerderijen was men rijstwijn aan het stoken. De vrouw zag onze waterflesjes en vroeg of ze de lege flesjes mocht hebben om de rijstwijn in te doen, dan kon ze die de volgende dag op de markt verkopen.

Dag zeven, de laatste dag van onze tour rijden we van Bac Ha weer terug naar Hanoi.

We worden vandaag al vroeg gewekt door muziek op straat, later blijkt er een begrafenis te zijn.
Al vroeg gaan we op pad om naar de markt in Bac Ha te gaan. De bergbewoners komen van heinde en verre met hun koopwaar hier naartoe. Er worden karbouwen, varkens, honden, kippen en nog veel meer spullen verkocht. De varkens gillen, te koop voor VND 10.000.000 (ongeveer 460 euro).

Als we doorlopen komen we langs de stalletjes waar vlees uitgestald ligt, we maken dat we wegkomen, Yvonne moet kokhalzen van de stank.

Onderweg naar Hanoi rijden we door de bergen terug, aan de ene kant van de weg de rotsen en aan de andere kant de diepte. We passeren een plek waar een grote vrachtwagen in het ravijn is gestort. Een stukje verder op de weg is er een tegen een rots gereden en moet ondersteund worden door bamboepalen. In Noord-Vietnam kun je beter niet zelf rijden . . .
Na een vermoeiende reis komen we weer aan bij onze reis organisator en gastheer Cees. Daar blijkt dat hij onze gids niet eens kent. We horen dat de gids die oorspronkelijk met ons zou meegaan bij vertrek heeft verwisseld met Phuong zonder dat Cees er van af wist. We hebben hartelijk gelachen om het verhaal. Phuong bleek voor ons een fantastische gids te zijn, ik kan hem aan iedereen aanbevelen. Deze avond in Hanoi gebruiken we om te gaan winkelen en eens lekker uit eten te gaan. Morgen gaat de reis naar de kust. Je kunt hierover lezen via het menu.

Na aankomst in Hanoi worden we van het vliegveld opgehaald door onze reisorganisator Cees Verburg. We logeren in zijn guesthouse, een huis van 5 verdiepingen. Het is een smal maar hoog en diep huis. In Vietnam betaal je opstal belasting die wordt berekend naar de breedte van je huis. Je ziet daar dus veel huizen die niet zo breed zijn. Comfortabele kamers én een PC op de kamer met gratis ADSL. We kunnen naar huis e-mailen.

Na een goede nachtrust gaan we de stad in. Allereerst een bezoek aan de Vader des Vaderlands: Ho Chi Minh. Hij ligt daar opgebaard in een mausoleum, maar ieder jaar gaat hij voor ‘groot onderhoud’ twee maanden naar Rusland. Tijdens ons bezoek was Uncle Ho dus ook op vakantie en het mausoleum was gesloten. Hij ligt tegen zijn zin opgebaard in het mausoleum, want het was zijn wens om gecremeerd te worden.

We brengen verder een bezoek aan de tempel der Literatuur. Deze werd opgericht in het jaar 1070 door keizer Ly Tanh Tong, die het heeft opgedragen aan Confucius. Vietnam’s eerste universiteit was hier gevestigd.

Het mooie oude centrum is gebouwd rond het Hoan Hiem meer. Veel smalle straatjes met handel. In zo’n straatje allemaal winkels die dezelfde artikelen verkopen, b.v. een straat met kledingwinkels, een straat met schoenwinkels en ga zo maar door. Heel apart en voor de dames een winkelparadijs.

De Vietnamees leeft op straat, ze wonen op straat, eten op straat, ontmoeten elkaar op straat. Je ziet veel eettentjes op straat met hele kleine krukjes, kinderformaat, met daarbij hele kleine tafeltjes.

Het verkeer is er razend druk. Je ziet er overwegend brommers. In Hanoi zijn er ca één miljoen brommers. Als je wilt oversteken, begin je langzaam te lopen en zonder aarzelen doorlopen. Ze rijden dan voor en achter je langs. Je moet er voor zorgen dat je niet stilstaat en dan gaat alles goed. Het lijkt heel chaotisch, maar we hebben niets gezien van aanrijdingen of andere ellende.

Hanoi is ook een winkelparadijs. In het oude gedeelte van Hanoi zijn er winkelstraten waar de winkels allemaal hetzelfde verkopen. Zo heb je een zonnebrillenstraat, je kunt hier alleen maar zonnebrillen kopen. Verder hebben we nog de zijdestraat bezocht, de lampionnenstraat met prachtige kleurrijke lampionnen.

Na een hele dag door de binnenstad gelopen te hebben, zijn we ‘s-avonds lekker gaan eten in een gezellig restaurantje.

Vrijdag 7 oktober 2005 vertrekken wij met Malaysia Airlines naar Hanoi voor een drie weken durende vakantie in Noord-Vietnam. Het reisgezelschap bestaat uit Coos, Yvonne & Michael.

Onze reis zal beginnen in Hanoi, daarna een zevendaagse jeeptocht onder begeleiding van een eigen chauffeur en gids. Na weer een tussenstop in Hanoi gaan we naar de kust, eerst een paar dagen naar het eiland Quan Lan. Daarna maken we een prachtige boottocht in een Chinese jonk via Bai Tu Long Bay en Halong Bay naar Cat Ba Island, waar we de laatste week zullen doorbrengen met strand, lekker eten en relaxen.

Onze reis werd samengesteld door Cees Verburg, een Nederlander die in Hanoi woont en daar een klein reisbureau heeft. Hij biedt leuke reizen aan in modules, zodat je je eigen reis kunt samenstellen maar je kunt ook een reis op maat laten maken. En dat alles tegen heel aantrekkelijke prijzen. Kijk voor het aanbod op zijn website Vietnam à la Carte.

Vietnam is een schitterend land met prachtige landschappen zeer vriendelijke mensen. Vooral de zevendaagse jeeptocht heeft een diepe indruk op ons achtergelaten door de verscheidenheid aan bevolkingsgroepen die op we onze wegen we tegenkwamen. Lees verderop meer.

VlagVlag van Vietnam
HoofdstadHanoi
TaalVietnamees
RegeringVolksrepubliek
Oppervlakte330.972 km2
ReligieBoedhisme 16,4%,
RoomsKatholiek 6,7%
MuntDong (VND)
Bron Wikipedia